trammelant

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onrust, lawaai
  2. ingewikkelde situatie(s)
  3. ruzie
    Het komt alleen naar de oppervlakte als de lokale oppositie daar trammelant van maakt.de Standaard 23/JUNI/2017 door Pieter Lesaffer
    Volgens de dan zwaar verslaafde K. rolt de koerier van schrik van zijn fiets en geeft hij direct zijn portemonnee met 90 euro af. Het slachtoffer stelt dat de vermomde K. hem van de fiets trok en bovenop hem ging zitten. Hij zou hebben geroepen dat de pizzabaas moest uitkijken. Er was trammelant over salarisachterstand.Tubantia Bert Janssen 24-OKTOBER-2017
    Het Peter-principe, genoemd naar de Amerikaan Laurence J. Peter, luidt dat iemand net zolang wordt bevorderd tot hij op zijn incompetentieniveau belandt. Als je, om een voorbeeld te noemen, je beste boekhouder hoofd van de afdeling maakt, krijg je onherroepelijk trammelant.Volkskrant 26 augustus 2017,

Etymologie

* Verbastering van tremulant. Dit komt van het Franse trémulant, voltooid deelwoord van trémuler, wat weer is afgeleid van het Latijnse tremulus. In de betekenis van ‘drukte, narigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1897.

Vertalingen

Engelsfuss, loud disturbing noise