vermetelheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het op een onbeschroomde, brutale wijze vrijmoedig en veel durf hebben
    De Dalai Lama maakte van Tutu zijn ‘spirituele oudere broer’, de Amerikaanse president Barack Obama vond hem ‘een symbool van vriendelijkheid en vrede’. En de laatste blanke Zuid-Afrikaanse president Frederik de Klerk zei dat hij ‘immens veel respect voor zijn vermetelheid’ had. Nelson Mandela verklaarde hem min of meer heilig.
  2. een moedige daad

Etymologie

* afleiding van vermetel

Vertalingen

Engelsdaring, recklessness, braveness