beer
mannelijk (de)/ber/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) groot viervoetig zoogdier uit de familieEen beer in het wild is bepaald geen vriendelijke teddybeer.Een wezen dat aan je jeugd vrat, aan je centen, zelfs aan je geestelijke rust? Hbib Lebyad zat als een gedeprimeerde beer op zijn piepende stoeltje.
- (figuurlijk) forse, ruige manZij vindt hem een lompe beer.
- (figuurlijk) rekening, schuldeiser
- (informeel) uitermate, heel erg (als eerste deel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden, altijd geschreven als bere-, vanwege spellingregel 8.F
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) mannelijk varken ()Moeder, moeder, de beer is los,Hoor dat dier eens brullen!Snijd hem neus en oren af,Dan hebben we wat te smullen
- (bij uitbreiding) (knaagdieren) mannelijke cavia
- (bouwkunde) gemetselde dam in een vestinggracht die het water in de gracht scheidt van zout of sterk stromend water van de zee, meer of rivier waaraan de vesting gelegen is.De beer werd voorzien van een spitse rand, de zgn. ezelsrug. met daarop monniken of poppen om het oversteken van de gracht praktisch onmogelijk te maken.
zelfstandig naamwoord
- gier, vooral de inhoud van een aalputDe beer stonk vreselijk.
- (waterbeheer) ondiepte, een plaats waar stromend water betrekkelijk rustig is, zodat slik bezinkt.Berenplaat, vóór 1966 geschreven als Beerenplaat, waarop een drinkwaterbedrijf is gevestigd, gelegen in de gemeente Nissewaard.
zelfstandig naamwoord
- (Zuid-Nederlands) stormram
- (Zuid-Nederlands) heiblok
- stutpilaar, steunbeer
zelfstandig naamwoord
- (vlinders) een vlinder die behoort tot de beervlinders , een onderfamilie van de spinneruilenDe grote beer en de kleine beer zijn bekende beervlinders.
Etymologie
*[D] Abstract uit beren ‘slaan’, nu nog Surinaams en West-Vlaams; verder zie beren.
Uitdrukkingen
- Beren op de weg zien — Problemen zien die de voortgang belemmeren
- De beer is los — De ontwikkelingen gaan ineens snel en onstuitbaar
- Met moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is — Men moet geen voorschot nemen op winst die eerst nog behaald moet worden
- Een beer op sokken — Een dik en plomp persoon
- Een ongelikte beer — Een onbeschoft persoon, hork, lomperik
- Zo sterk als een beer zijn — Lichamelijk heel sterk, veel spierkracht bezittend
Vertalingen
Engelsbear, boar, muck
Fransours, verrat, purin
DuitsBär, Eber, Jauche
Spaansoso, cerdo, excremento
Italiaansorso, verro
Portugeesurso, barrão, cachaço
Russischмедведь, медведица
Chinees熊, 魋
Japans熊
Arabischدبّ
Turksayı
Poolsniedźwiedź, knur
Zweedsbjörn, galt
Deensbjørn, orne
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek