goed

onzijdig (het)/ɣut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben
    Gezondheid is een groot goed.
  2. juridisch (juridisch) alle zaken en alle vermogensrechten (volgens de definitie van 3:1 BW)

Etymologie

#gezond, lekker

Uitdrukkingen

  • goed geld naar kwaad geld gooien
  • goede papieren hebben
  • goede sier maken
  • in een goed blaadje proberen te komen
  • in een goed blaadje staanerg aardig gevonden worden
  • in goede aarde vallendoor de ontvanger goed ontvangen worden
  • in goede dorpen zijn/gerakenzoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken
  • in goeden doenwelgesteld

Vertalingen

Engelsgood, well, good
Fransbon, bonne, bien
Duitsgut, gut, Gut
Spaansbueno, buena, bien
Italiaansbuono, buona, bene
Portugeesbom, boa
Japansいい
Turksiyi
Poolsdobry, dobrze