goed
onzijdig (het)/ɣut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebbenGezondheid is een groot goed.
- (juridisch) alle zaken en alle vermogensrechten (volgens de definitie van 3:1 BW)
Etymologie
#gezond, lekker
Uitdrukkingen
- goed geld naar kwaad geld gooien
- goede papieren hebben
- goede sier maken
- in een goed blaadje proberen te komen
- in een goed blaadje staan — erg aardig gevonden worden
- in goede aarde vallen — door de ontvanger goed ontvangen worden
- in goede dorpen zijn/geraken — zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken
- in goeden doen — welgesteld
Vertalingen
Engelsgood, well, good
Fransbon, bonne, bien
Duitsgut, gut, Gut
Spaansbueno, buena, bien
Italiaansbuono, buona, bene
Portugeesbom, boa
Japansいい
Turksiyi
Poolsdobry, dobrze
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek