goed
Wat is de betekenis van goed?
goed betekent: iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben
Betekenis
- iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben
- (juridisch) alle zaken en alle vermogensrechten (volgens de definitie van 3:1 BW)
Voorbeelden van "goed" in een zin
- Gezondheid is een groot goed.
Betekenis en uitleg van goed
Het woord 'goed' verwijst naar iets dat van hoge kwaliteit is of positief beoordeeld wordt. Het kan zowel materieel als immaterieel zijn en geeft aan dat iets voldoet aan verwachtingen of normen.
Je gebruikt 'goed' vaak om te beschrijven hoe iets voelt, presteert of eruitziet, zoals in de context van een goed boek of een goede maaltijd. Het is een veelzijdig woord dat in zowel formele als informele gesprekken kan worden gebruikt. Afhankelijk van de context kan 'goed' ook een relatieve betekenis hebben, bijvoorbeeld dat iets 'goed genoeg' is voor een bepaalde situatie.
Voorbeelden
- De presentatie was goed voorbereid en werd goed ontvangen door het publiek.
- Na een lange dag werken voelde het goed om met vrienden te relaxen.
- Ze heeft goed haar best gedaan op het examen en verwacht een hoog cijfer.
Woordoorsprong
Het woord 'goed' komt van het Oudnederlands 'gōd', dat een vergelijkbare betekenis had. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen, zoals het Engelse 'good'.
Veelgestelde vragen over goed
Wat is de betekenis van goed?
goed betekent: iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben
Hoeveel betekenissen heeft goed?
goed heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft goed?
goed is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van goed?
Synoniemen van goed zijn: geschikt, bruikbaar, behoorlijk, correct, foutloos.
Hoe gebruik je goed in een zin?
Voorbeeld: “Gezondheid is een groot goed.”
Etymologie
#gezond, lekker
Uitdrukkingen
- goed geld naar kwaad geld gooien
- goede papieren hebben
- goede sier maken
- in een goed blaadje proberen te komen
- in een goed blaadje staan — erg aardig gevonden worden
- in goede aarde vallen — door de ontvanger goed ontvangen worden
- in goede dorpen zijn/geraken — zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken
- in goeden doen — welgesteld